woensdag 27 juli 2011

Zwin-deskundoloog Piet Jansen


Ooit van plantenstress gehoord? Vandaag een stuk wijzer geworden. Plantjes die het warm hebben, krijgen plantenstress en worden rood. Allez! rode kop?

plantenstress...













Ik trof hem al eerder, destijds met metaaldetector. En: hij vond de trouwring van een wandelaar. Ditmaal viel zijn naam opnieuw: als gids. Piet Jansen gidst al jaren toeristen rond langs de plantjes en het Zwin. Af en toe op dinsdagavond (9.00 - 10.30 uur) vertrekt hij vanuit de Zeemeeuw met een handjevol toeristen. Nu ik hier toch sta, legde ik mijn gouden oortjes te luisteren.























Hij verschijnt in korte broek en warme trui en grijnst naar een paar mensen die een lange broek dragen met modieuze strakke pijpen. Het is opkomend tij. Als we terugkeren en het Zwin oversteken komt het water tot aan de dijen, waarschuwt hij. Een paar kinderen, gekleed in spijkerbroek, joelen. Dat wordt een dolle boel straks.

Hij begint te vertellen bovenop het Belgische duin, dat volgend jaar zal worden afgegraven. De plannen met het Zwin zijn groots: er komt een hoop natuurgebied bij, en het stuk grasland direct achter de grens wordt ook al afgegraven. Dat is immers 'van weinig natuurwaarde'. Het is klei met gras...

Sja, een grasje. Als je uit de randstad komt is dit waanzinnige natuur. Maar Piet Jansen heeft het over de verscheidenheid aan fora en fauna - en hij kan het weten, hij kent elk plantje. In de laag klei zit ook niets van waarde in de grond - al heeft Johan Verplanke weleens een mensenbot gevonden. Dat verklaart Piet uit het feit dat dit lage land vroeger gewoon werd overspoeld met vloed, en dus gerust ook lijken van schipbreukelingen konden aanspoelen.

Of er ook fossielen zijn, vraagt een kind. Nee, adviseert Piet, zoek de fossielen liever gewoon op het strand.

De groep stopt bij een verzameling plantjes op het Belgische Zwinstrand. Roodachtige vetplantjes, volgens PJ 'kleine schorrenbloemen met plantenstress'.
Hij legt uit: deze plantjes zijn groen, maar verkleuren en worden rood in de zomer als zij het warm hebben. Verbazing alom. Immers, de gids kan toch niet menen dat het zo warm is dat je als plantje daar stress van zou krijgen?
Maar de stress slaat direct toe kennelijk, want de paar warme junidagen, die niemand zich nog herinnert, heeft de natuur dus al plantenstress bezorgd.









Zo gaat de tocht plantje voor plantje verder, tot aan de kroppen en kollen op de basaltstenen dijk. Hij laat het verschil tussen zeekraal en zeeraket zien, en meldt dat je de zeekraal best kunt eten (al mag je ze officieel niet uit het Zwin plukken) en dat het met dat kwik best meevalt (zie eerder op dit blog).

Hij laat ook de paarse Zwinbloemen zien, die in de volksmond Lamsoor heten. Dit heeft weer niets te maken met lamsoor uit de keuken, dat ziet er anders uit en heeft veel smallere blaadjes.

Tot slot bovenop de dijk nog een expose over St. Janskruid en St. Jacobskruiskruid: lijkt sprekend op elkaar, maar totaal verschillend. Het tweede kun je beter niet plukken (licht giftige stoffen), van het eerste worden allerlei olieen en middeltjes gemaakt.

Zwingodin kan weer heel veel vragen aan over de directe natuur:)


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen