

Wouter.
Ik ben verslaggeefster en journalist. Mijn standplaats is het Zwin, op de grens tussen Nederland en Belgie. Ik ben een vrouw met een brede belangstelling: voor mensen, de zee en het land. Voor schoonheid, literatuur en beeldende kunst. Mijn karakter zal gaandeweg duidelijk worden en uiteraard: zich ontwikkelen.
Vandaag een nieuw inzicht gekregen: Zeeuws Vlaanderen heeft een eigen carnaval. Te weten: de fameuze zomerse rommelmarkten. Anders van sfeer (meer koffie, minder alcohol), verspreid over enkele weken (eerst Retranchement, dan Groede, dan Nieuwvliet, dan Zuidzande, dan Breskens), en een ander publiek (niemand is dronken, niemand is verkleed en er zijn behalve bewoners ook veel toeristen).
Hoe ik kom tot deze observatie? Ik sprak een dame uit Groede. Een drukbezette vrouw, die een boerenbedrijf runt EN een camping. Maar… op de jaarmarkt in Groede nam ze vrij. Eigenlijk kon dat helemaal niet: een deel van haar campinggasten zou vertrekken, een ander deel zou arriveren. ‘Ik heb hen laten weten: rij vooral niet door de Groe want daar is het te druk, en zet je spullen maar neer naar eigen inzicht, want ik ben op de markt.’ Ze vertelt dat ze al weken uitkijkt naar de markt, en ook zeker van de partij zal zijn in Breskens. ‘Het is een soort reunie. Iedereen die je kent maar niet altijd tegenkomt zie je dan. Iedereen is buiten. Natuurlijk zijn er toeristen, maar dat maakt niet uit, die zijn ook welkom. Dat er 40.000 mensen in Groede komen op 1 dag maakt ook al niet uit. Want ik kom echt iedereen die ik ken tegen. Markt in Breskens? Het is een kermis, maar dat geeft niet. Ik weet waar ik mijn kennissen zie en ik laat een deel van de poppenkast links liggen. We hebben het supergezellig, eens per jaar in de zomer een paar keer.’
Toeristen vinden het enig, die ZeeuwsVlaamse rommelmarkaten, maar hoe meer wandelaars aan mijn paalhoofd verslag komen doen hoe meer ik ervan begrijp: eigenlijk zijn die rommelmarkten helemaal niet zozeer bedoeld voor toeristen… Mensen die de hele dag met een groepje aan een tafeltje zitten achter spulletjes voor 50 cent, vieren gewoon op Zeeuwse wijze hun jaarfeest. Veel inwoners plannen zelfs hun eigen vakantie om het gewaardeerde jaarfeest heen. Zoals Brabanders hun carnaval hebben. Er is best veel voor te zeggen. Feest overdag en niet ’s nachts, geen bier maar bolussen.
Ik ben al een paar weken aan het nadenken over hoe ik Ossaert kan vormgeven. Met een staart in elk geval. Borsten en paardenpoten lukken ook wel. Maar hondenoren??? Nog even broeden. voor de liefhebber hieronder de betekenis van 'den ossaert'.
Ossaert (Osschaert)
Ook in de maak is Ossaert. Wie is Ossaert? Een watergeest. Een spottende watergeest, die in vele Zeeuwse verhalen voorkomt. Ook noemen mensen hem wel een kwelgeest.
Een figuur die meestal vloekt, lelijk maar ontzagwekkend oogt, en over wijde wateren vliegt en dan vilein schaterlacht. De figuur komt voor in volksverhalen waarin het spookt. En dat deed het vaak in oude verhalen: zo’n knotwilg in de schemering geeft een akelige schaduw, en als mensen heel vroeger door de polder liepen, dan werden ze soms bevangen door normale, menselijke angsten. Omdat er veel bijgeloof was, ontstonden er dus lieve en boze spoken. Den ossaert hoort bij de categorie boze spoken.
Een van de verhalen, verzameld door onder meer George Sponselee in het boek ‘Volksverhalen uit Zeeuws-Vlaanderen’, gaat over Wannes, die tijdens een wandeling in het donker den Ossaert tegenkomt. In de gedaante van een hijgend en stinkend gevaarte, die op zijn rug gaat zitten en het hem onmogelijk maakt om door te lopen. Wannes loopt toch moeizaam verder, met een last op zijn rug. Dan is er onweer. Een bliksemflits, en Wannes schudt het spook van zijn nek af, zodat hij het in het licht van de flits kan bekijken. Wat hij dan ziet is prachtig en gruwelijk tegelijk. Het is een monster met een vrouwengezicht en hondenoren, van die lange slappe oren. Het bovenlijf is van een vrouw, met borsten, maar haar billen zijn overdekt met hondenhoor en ze heeft ook een hondenstaart. Haar benen zijn die van een paard of een ezel.
Als hij dit later tegen zijn vrouw vertelt is ze boos: ze denkt dat Wannes met een andere vrouw wil aanpappen. Hij vertelt het in vertrouwen tegen vrienden en binnen de kortste keren pest iedereen Wannes. Die moet wel goed dronken zijn geweest… Wannes gaat dan naar zijn vroegere bovenmeester, die een geleerd iemand is EN nooit iemand plaagt. De bovenmeester duikt in de boeken en weet even later aan Wannes te melden: Ossaert is geen hond, geen vrouw, geen paard maar een capirussa.
Wat is een capirussa, was de vraag van Wannes. Capirussa is een bekende: een monster dat in Indische wateren zou leven of hebben geleefd. Het is een vrouw met hondenoren en een hondenstaart, en voeten als een paard. Het monster zou gezien zijn in de moning van de Maas.
De bovenmeester gaf Wannes een afbeelding, en warempel, het plaatje klopte met wat hij had gezien aan in het bliksemlicht.
Wannes was dolblij en ging met het plaatje naar iedereen die hem had uitgelachen. Helaas, hij moest nog een levensles leren. Hij leerde dat wie gelijk heeft, dan niet altijd krijgt. Hij werd ditmaal nog harder uitgelachen en gepest. Ook zijn vrouw werd nog bozer, nu het weer opnieuw had over het blote wijf met haar paardenpoten.
Waarom zijn er wanneer kwallen? En waarom zijn er paddestoelen in droog mul zand? Eerder al bleek ik vraagbaak te zijn voor Zwinnieuwkomers. Maar… ik bescherm de mensen graag en bericht met plezier over u en uw geliefde gebied. Alleen, ik weet ook niet alles. Maar samen misschien weer meer…
Een vraag die per mail binnenkwam:
Ik wandelde door de duinen en iedereen heeft het over Zwinbloemen. Maar die zijn toch paars? Hoe heten die gele bloemen? Hierbij foto's.
Antwoord Zwingodin: Helaas weet ik meer van schelpen en kunst dan van bloemen. Maar mogelijk dat de bloglezers te hulp schieten? Wel weet ik dat Zwinbloemen inderdaad paars zijn, en dat ACHTER je gele bloemen in de Zwinkom (foto zwinkom) paarse zwinbloemen groeien.
Waarom zijn er wanneer kwallen? En waarom zijn er paddestoelen in droog mul zand? Eerder al bleek ik vraagbaak te zijn voor Zwinnieuwkomers. Maar… ik bescherm de mensen graag en bericht met plezier over u en uw geliefde gebied. Alleen, ik weet ook niet alles. Maar samen misschien weer meer…
Een vraag die per mail binnenkwam:
Ik kwam in de duinen vlakbij pardoes een hoop zwijnen ofzo tegen, ze zagen er eng uit maar bleken erg sloom gelukkig. Ze liepen los! Hoe kan dat? Hierbij foto’s.
Zwingodin: Gelukkig kan ik deze vraag wel beantwoorden… je hebt het over een kudde Schotse Hooglanders. Dat is een rundersoort. De runderen begrazen de polder. In het voorjaar zijn er een paar kalfjes geboren. Ze lopen soms inderdaad los over de Duinweg en je bent niet de eerste toerist die zich rotschrikt, het zijn ook imposante horens! Ze zijn ongevaarlijk, al schijnt het wel aan te bevelen te zijn de beesten niet aan te raken.